Als de eindklant verder wil, maar de IT-distributeur niet betaalt
It-recht / 13 sep 2026
TerugIt-recht / 13 sep 2026
TerugEen specialistische IT-leverancier ontwikkelt waardevolle technologie voor een grote publieke eindklant. De eindklant is tevreden en wil graag verder. Toch ontvangt de leverancier zijn geld niet rechtstreeks van de eindklant. Tussen hen bevinden zich een IT-distributeur en mogelijk nog een softwaremantelpartij.
Wat gebeurt er als de distributeur een openstaande factuur niet tijdig betaalt, maar tegelijkertijd wel nodig is voor een omvangrijke vervolgopdracht? En hoe voorkomt de leverancier dat hij opnieuw werkzaamheden verricht, terwijl hij voor zijn betaling afhankelijk blijft van partijen hoger in de contractketen?
Recent adviseerde ik een IT-onderneming in precies zo’n situatie. De casus laat zien dat een betalingsgeschil binnen een IT-keten zelden alleen een incassokwestie is. Het gaat ook over contractuele rangorde, afhankelijkheid, intellectuele eigendom, aansprakelijkheid, mededingingsrecht en de inrichting van toekomstige opdrachten.
De zaak bestond feitelijk uit twee samenhangende deelkwesties.
De eerste kwestie betrof een bestaande en inmiddels opeisbare factuur die de distributeur niet tijdig had betaald. De leverancier had zijn werkzaamheden verricht en beschikte over een purchase order, maar betaling bleef uit. Dat riep vragen op over nakoming, opschorting en ontbinding van zowel de concrete opdracht als de achterliggende samenwerkingsovereenkomst.
De tweede kwestie zag op de toekomst. De publieke eindklant wilde de dienstverlening voortzetten en uitbreiden. De IT-leverancier wilde die commerciële mogelijkheid begrijpelijkerwijs niet verliezen, maar wilde evenmin opnieuw in een positie terechtkomen waarin hij al zijn capaciteit inzette en vervolgens afhankelijk was van de interne processen, marges en betalingsdiscipline van de distributeur.
Die combinatie maakte de zaak bijzonder. Een strikt incassostandpunt kon de relatie en daarmee toekomstige omzet onder druk zetten. Zonder duidelijke nieuwe afspraken doorgaan zou echter betekenen dat de leverancier hetzelfde risico opnieuw aanvaardde.
Mijn eerste stap was het in kaart brengen van de betrokken partijen en documenten. In IT-projecten is lang niet altijd voldoende om alleen naar de meest recente offerte of purchase order te kijken.
In deze zaak waren onder meer relevant:
Juist de samenhang tussen deze stukken bepaalt welke rechten daadwerkelijk kunnen worden uitgeoefend. Een nieuwe PO kan bijvoorbeeld onbedoeld oude voorwaarden opnieuw toepasselijk maken of een exclusiviteits- of non-circumventieperiode laten herleven. Ook kan een algemene rangordebepaling ertoe leiden dat een goedbedoelde betalingsafspraak alsnog wordt doorkruist door oudere voorwaarden.
Daarom moet vóór aanvaarding van een vervolgopdracht vaststaan welk document bij tegenstrijdigheid voorgaat.
In commerciële gesprekken wordt een PO regelmatig behandeld alsof het slechts een administratieve bevestiging is. Juridisch kan een PO echter voorwaarden bevatten of daarnaar verwijzen. Wanneer de leverancier de PO zonder voorbehoud aanvaardt en vervolgens begint te werken, kan discussie ontstaan over de toepasselijkheid van die voorwaarden.
In de nieuwe contractstukken is daarom uitdrukkelijk vastgelegd dat de PO uitsluitend een administratieve functie heeft. De PO mag de projectspecifieke overeenkomst en de offerte niet wijzigen. Afwijkingen zijn alleen geldig als zij afzonderlijk, uitdrukkelijk en schriftelijk door een bevoegde vertegenwoordiger van de leverancier zijn aanvaard.
Ook is een duidelijke rangorde opgenomen. De ondertekende projectspecifieke overeenkomst gaat voor op de offerte, de PO, eerdere samenwerkingsovereenkomsten en eventuele algemene voorwaarden.
Bij opdrachten voor de Rijksoverheid kunnen de Algemene Rijksvoorwaarden bij IT-overeenkomsten, oftewel ARBIT, een belangrijke rol spelen. De ARBIT 2022 bevatten uitgebreide bepalingen over onder meer acceptatie, betaling, voorschotten, intellectuele eigendom, aansprakelijkheid, ontbinding en de bevoegde rechter.
Die voorwaarden zijn begrijpelijkerwijs sterk vanuit het belang van de publieke opdrachtgever opgesteld. Wanneer zij in de contractketen ook van toepassing worden verklaard op de verhouding tussen een leverancier en distributeur, kan dat onvoorziene gevolgen hebben.
Zo kan ARBIT de mogelijkheid van de leverancier om zijn werkzaamheden wegens niet-betaling op te schorten aanzienlijk beperken. Ook kan bij vooruitbetaling onder omstandigheden een bankgarantie ter hoogte van het voorschot worden verlangd. Daardoor kan het financiële voordeel van vooruitbetaling voor de leverancier grotendeels verdwijnen.
Daarnaast bevatten de ARBIT ruime bepalingen over intellectuele-eigendomsrechten op specifiek voor de opdrachtgever ontwikkelde prestaties en een voor de leverancier potentieel zware aansprakelijkheidsregeling.
In de door mij opgestelde projectspecifieke overeenkomst is daarom niet volstaan met de algemene zin dat afwijkende afspraken voorgaan. De relevante ARBIT-bepalingen zijn concreet benoemd en, waar nodig, uitdrukkelijk buiten toepassing verklaard.
Dat voorkomt discussie achteraf over de vraag of een specifieke ARBIT-bepaling misschien toch naast de projectspecifieke afspraken is blijven gelden.
Voor de vervolgopdracht is gekozen voor volledige vooruitbetaling. De leverancier hoeft niet te beginnen met voorbereiding, capaciteitsreservering, activering of uitvoering voordat het overeengekomen bedrag volledig en onherroepelijk is ontvangen.
Ook is vastgelegd dat de betalingsverplichting van de distributeur niet afhankelijk is van:
Daarmee wordt een zogenoemde pay-when-paid-constructie uitgesloten. De distributeur koopt voor eigen rekening en risico in en draagt dus ook zelf het debiteuren- en ketenrisico.
Daarnaast is betaling van de bestaande openstaande factuur als voorwaarde voor de start van de vervolgopdracht opgenomen. Zonder zo’n koppeling zou de leverancier een nieuwe omvangrijke opdracht kunnen aangaan, terwijl het oude betalingsprobleem blijft voortbestaan.
Een nieuwe opdracht mag niet worden gebruikt om een bestaande betalingsachterstand naar de achtergrond te laten verdwijnen.
Tijdens de bespreking kwam ook de vraag aan de orde of de eindklant rechtstreeks op een G-rekening van de IT-leverancier zou kunnen betalen.
Een G-rekening is echter geen algemene derdenrekening of escrowvoorziening. Het is een geblokkeerde rekening die is bedoeld voor de afdracht van loonheffingen en, in bepaalde gevallen, omzetbelasting in het kader van inleners- of ketenaansprakelijkheid. De rekening kan niet vrij als algemene betalingszekerheid voor een IT-project worden gebruikt. De Belastingdienst beschrijft nauwkeurig voor welke betalingen een G-rekening bestemd is.
Meer passende zekerheden zijn, afhankelijk van de contractstructuur:
Welke oplossing mogelijk is, hangt mede af van de aanbestedingsrechtelijke en administratieve inrichting van de raam- of mantelovereenkomst.
De leverancier wilde ook voorkomen dat de distributeur een te hoge opslag zou hanteren richting de eindklant. Een te hoge tussenmarge kan een project voor de eindklant onnodig duur maken en de commerciële positie van de leverancier schaden.
Daarbij moet wel rekening worden gehouden met het mededingingsrecht. Wanneer een distributeur voor eigen rekening en risico inkoopt en doorverkoopt, kan het opleggen van een vaste of minimale wederverkoopprijs problematisch zijn. De Europese regels over verticale overeenkomsten behandelen het beperken van de mogelijkheid van een afnemer om zelfstandig zijn verkoopprijs vast te stellen als een zwaarwegende beperking. Zie daarvoor de Europese groepsvrijstellingsverordening 2022/720 en de ACM-richtsnoeren over afspraken tussen leveranciers en afnemers.
In deze zaak is daarom gekozen voor een andere formulering. De netto-inkoopprijs van de leverancier staat vast en de vergoeding van de distributeur is gemaximeerd op een percentage van die inkoopprijs. De daaruit volgende doorverkoopprijs geldt als maximum en niet als vaste of minimale prijs.
De distributeur blijft vrij een lagere prijs te hanteren, maar een eventuele korting komt voor zijn eigen rekening en mag de netto-opbrengst van de leverancier niet verminderen.
In complexe IT-projecten is rechtstreeks inhoudelijk contact tussen de specialistische leverancier en de eindklant vaak onvermijdelijk. De distributeur beschikt doorgaans niet over alle technische kennis om scope, architectuur, securitybevindingen, implementatie en acceptatie zelfstandig af te stemmen.
Tegelijkertijd kunnen bestaande overeenkomsten bepalingen bevatten over exclusiviteit, voorkeursrechten of non-circumventie. Rechtstreeks contact kan dan later als contractbreuk worden gepresenteerd.
Daarom is onderscheid gemaakt tussen:
Het inhoudelijke contact is expliciet toegestaan. Daarnaast is een ontsnappingsmogelijkheid opgenomen voor het geval de distributeur de contractering, betaling of uitvoering materieel blokkeert.
Als de distributeur een gemelde blokkade niet binnen een korte hersteltermijn wegneemt, mag de leverancier de opdracht via een andere door de eindklant gekozen route voortzetten. De betrokken partijen moeten daarvoor vooraf toestemming geven en afstand doen van eventuele boete-, exclusiviteits- of non-circumventieclaims.
Omdat een derde partij medecontractant was bij de oorspronkelijke samenwerkingsovereenkomst, moest ook die partij met deze afwijking instemmen. Twee van de drie oorspronkelijke contractspartijen kunnen immers niet zonder meer onderling afstand doen van rechten van de derde partij.
Bij IT-projecten lopen dienstverlening, softwaregebruik, configuratie, modellen en nieuw ontwikkelde functionaliteit gemakkelijk door elkaar. Zonder duidelijke regeling kan discussie ontstaan over de vraag wie eigenaar is van bestaande technologie en van wat tijdens het project wordt ontwikkeld.
In de nieuwe contractstukken is daarom onderscheid gemaakt tussen:
De bestaande en generieke intellectuele eigendomsrechten blijven bij de leverancier. De eindklant krijgt uitsluitend het gebruiksrecht dat nodig is voor de beschreven toepassingen en gedurende de overeengekomen projectfase. Een enterprise-brede licentie, overdracht van broncode of structurele vervolgdienstverlening ontstaat niet stilzwijgend.
De leverancier in deze zaak was voor een belangrijk deel van zijn omzet afhankelijk geworden van één distributeur. De mogelijkheid om een overeenkomst te beëindigen of de dienstverlening op te schorten heeft in zo’n situatie in de praktijk minder waarde: juridisch kan de leverancier misschien vertrekken, maar commercieel kan hij de omzet niet missen.
Dat is een belangrijk inzicht. Een contract kan de gevolgen van afhankelijkheid beperken, maar de afhankelijkheid zelf niet wegnemen.
Naast stevige betalings- en contractuele afspraken blijft het daarom verstandig om:
Mijn werkzaamheden bestonden uit het analyseren van de bestaande contractuele verhoudingen, de openstaande factuur, de toepasselijke algemene voorwaarden, ARBIT, de positie van de verschillende ketenpartijen en de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de betrokken personen.
Vervolgens heb ik de leverancier geadviseerd over de incasso- en ontbindingsmogelijkheden, betalingszekerheden, de distributiemarge, rechtstreeks contact met de eindklant en de voorwaarden voor een vervolgopdracht.
Ten slotte heb ik de bestaande concept-Deal Sheet en offerte juridisch herzien en aangevuld. Daarbij zijn onder meer een definitieve documentrangorde, volledige vooruitbetaling, een uitsluiting van pay-when-paid, concrete ARBIT-afwijkingen, een acceptatieregeling, een aansprakelijkheidslimiet, bescherming van intellectuele eigendom en een alternatieve distributieroute opgenomen.
Het doel was niet om de commerciële relatie onnodig op scherp te zetten. De leverancier en eindklant wilden immers graag verder. Het doel was wél ervoor te zorgen dat de leverancier niet opnieuw begon te presteren zonder vooraf duidelijkheid en zekerheid te hebben over zijn prijs, betaling, rechten en positie binnen de keten.
IT-contracten worden vaak pas grondig bestudeerd wanneer een factuur onbetaald blijft, een project vertraging oploopt of discussie ontstaat over intellectuele eigendom en aansprakelijkheid. Op dat moment is de commerciële en juridische bewegingsruimte meestal al kleiner geworden.
Een goede projectspecifieke overeenkomst maakt vooraf duidelijk:
Van der Rijt Advocatuur adviseert ondernemers en IT-leveranciers over IT-overeenkomsten, distributieconstructies, softwarelicenties, algemene voorwaarden, betalingsgeschillen en commerciële samenwerkingen.
De beschreven casus is geanonimiseerd en op onderdelen vereenvoudigd. Deze blog bevat algemene informatie en vormt geen advies over een concrete situatie.